2 bruggen, een sluis en een tocht over de Westerschelde staan op het programma. Voor beide bruggen krijgen we te horen dat de brugopening pas over een half uur zal zijn. Kleine tegenvaller en beide keren leggen we het schip aan een ponton. Bij de sluis kunnen we na even dobberen al binnenvaren, vlak na een klein vissersschip. De sluis is mega groot en aanleggen kan daarom in alle rust. Dan de Westerschelde op, dat is toch even een andere tak van sport, zeker met een dikke windkracht 4. De Westerschelde (een estuarium*, wat een prachtig woord, de betekenis maar even opgezocht 😉) staat i.t.t. de Oosterschelde in open verbinding met de Noordzee, zo blijft Antwerpen ook via het water bereikbaar. De rivier is heel breed met meer hoofdvaarten en is heel druk bevaren met vrachtschepen. Daarnaast is er een behoorlijke stroming. (We hebben te maken met afgaand tij én rivierwater dat in 6 uren tijd weer naar het Kanaal wordt afgevoerd.) We moeten goed onze aandacht erbij houden, alleen met de fok uit gaan we al met 8 knopen vooruit, waarvan 2 door de stroom. Daarbij komt dat het de sport (recreatievaart) niet erg gemakkelijk wordt gemaakt want de z.g. ‘fietspaden’ voor de sport liggen dan weer aan de ene kant van de vaargeul om vervolgens weer verder te gaan aan de andere kant, hetgeen betekent meermalen tussen de grote scheepvaart vaart maken met motor bij om weer over te steken! Ook hebben we te maken met zandplaten, slikken en schorren en daar willen we uiteraard niet op belanden 😀. Op sommige zandplaten zien we ‘zonnende’ kleine zeehondjes liggen. Wist je dat de Westerschelde aangewezen is als een natuurgebied, beschermd door Natura2000? Er leven veel zeezoogdieren, vogels en vissen. Voor veel vogels is de Westerschelde een belangrijk broedgebied. Rond 19.00 uur lopen we de inmiddels voor ons welbekende haven van Breskens binnen.



* Een estuarium is een verbrede riviermonding, waar zoet rivierwater en zout zeewater vermengd worden en zodoende brak water ontstaat. Eb en vloed zijn nog van sterke invloed. Gedurende 1 etmaal stroomt bij Vlissingen ruim 1 miljard kubieke meter zeewater het estuarium in en uit. Het estuarium is zo een uniek overgangsgebied van rivier naar zee. Het zoute zeewater vermengt zich geleidelijk met het zoete rivierwater waardoor een zout-zoetgradiënt ontstaat.










































